Rechter moet bepalen of Polymarket onder kansspelwet valt
Wij geloven in volledige transparantie naar onze lezers. Sommige van onze artikelen bevatten links naar affiliate partners. Via deze samenwerkingen kunnen wij een commissie verdienen. Dit heeft echter nooit invloed op de onafhankelijkheid van onze analyses, meningen of reviews. Onze beoordelingen zijn uitsluitend gebaseerd op onze vastgestelde evaluatiecriteria. Lees meer.
Polymarket vecht het Nederlandse verbod aan bij de rechter, nadat de Kansspelautoriteit (Ksa) het platform als aanbieder van kansspelen bestempelde en een dwangsom van 420.000 euro oplegde. Het bedrijf stelt dat zijn voorspellingscontracten financiële producten zijn die onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) horen; de rechter moet die juridische status nog beoordelen. De procedure betekent niet dat Nederlandse gebruikers alweer toegang hebben.
De zaak draait daarmee om meer dan de betaling van de dwangsom: de uitkomst kan bepalen welke regels gelden voor voorspellingsmarkten in Nederland. De berichtgeving van Crypto Insiders meldt dat Polymarket via de rechter het verbod wil laten terugdraaien.
Waarom Polymarket het verbod aanvecht
De Ksa droeg het bedrijf achter Polymarket in februari op om zijn Nederlandse aanbod direct te staken. Volgens de toezichthouder bood het platform kansspelen aan zonder de vereiste vergunning. Polymarket betwist die kwalificatie en stelt dat zijn contracten financiële producten zijn, waardoor de AFM toezicht zou moeten houden.
Op Polymarket kopen gebruikers contracten die uitbetalen wanneer een voorspelde gebeurtenis wel of niet plaatsvindt. Dat kan bijvoorbeeld een verkiezingsuitslag of een politiek besluit zijn. Het bedrijf vergelijkt zulke contracten met termijncontracten, waarmee beleggers speculeren op toekomstige prijzen of gebeurtenissen. De discussie over de juridische status van voorspellingsmarkten speelt ook buiten Nederland.

Critici zien juist overeenkomsten met binaire opties: de gebruiker kiest tussen twee mogelijke uitkomsten en kan de volledige inleg verliezen. Die alles-of-nietsstructuur is een reden waarom de Ksa het platform als kansspelaanbieder behandelt. De twee lezingen leiden tot verschillende toezichtskaders, maar geen van beide is in deze procedure al door de rechter bevestigd.
De dwangsom en de juridische standpunten
De Ksa stelde een dwangsom vast van 420.000 euro voor iedere week waarin Polymarket niet aan het bevel voldeed, tot een maximum van 840.000 euro. Het platform stopte uiteindelijk met zijn Nederlandse aanbod, maar volgens de berichtgeving gebeurde dat te laat. Daarom moest het bedrijf één dwangsom van 420.000 euro betalen.
De lopende zaak moet worden onderscheiden van die eerdere handhaving. De betaling volgde op het niet tijdig stoppen; de rechter moet nu vooral beoordelen of de onderliggende activiteit juridisch een kansspel is of als financieel product moet worden aangemerkt. Vergelijkbare discussies over de wettelijke status van contracten spelen ook rond andere platforms, zoals blijkt uit de botsing tussen Kalshi en toezichthouders over sportcontracten.
Wat Nederlandse gebruikers nu moeten volgen
Polymarket is naar de rechter gestapt om het Nederlandse verbod terug te draaien, maar er is geen uitspraak of zittingsdatum genoemd. Totdat de rechter de juridische kwalificatie heeft beoordeeld, is er geen grond om aan te nemen dat gebruikers in Nederland opnieuw toegang krijgen.
De eerstvolgende relevante stap is dus de rechterlijke beoordeling van de contracten en het toezichtskader dat daarbij hoort. Een uitspraak kan mogelijk ook aandacht trekken van toezichthouders elders in Europa, maar de gevolgen daarvan zijn nog onzeker. Voor Nederlandse gebruikers blijft vooral van belang of de rechter Polymarkets uitleg als financieel product volgt, of de lijn van de Ksa bevestigt.