Gezamenlijke banktest richt zich op digitale overdracht van deposito’s
Wij geloven in volledige transparantie naar onze lezers. Sommige van onze artikelen bevatten links naar affiliate partners. Via deze samenwerkingen kunnen wij een commissie verdienen. Dit heeft echter nooit invloed op de onafhankelijkheid van onze analyses, meningen of reviews. Onze beoordelingen zijn uitsluitend gebaseerd op onze vastgestelde evaluatiecriteria. Lees meer.
Royal Bank of Canada, Toronto-Dominion Bank, Bank of Montreal, Canadian Imperial Bank of Commerce, National Bank of Canada en Scotiabank hebben een gezamenlijk project opgezet om overdrachten van tokenized Canadese-dollar-deposito’s tussen elkaar te testen. Het gaat om een eerste testfase tussen gereguleerde instellingen, niet om een aangekondigde lancering voor particuliere of zakelijke klanten.
Wat de banken precies onderzoeken
Een tokenized deposit is een digitale representatie van geld dat al bij een deelnemende commerciële bank staat. Het token blijft een verplichting van de uitgevende bank, terwijl distributed-ledger-technologie de infrastructuur levert om het tegoed te verplaatsen of te programmeren.
Dat onderscheidt het project van een token dat slechts binnen één bank circuleert: klanten van de ene instelling zouden anders alleen via bestaande afwikkelsystemen naar een andere bank kunnen overstappen. Vergelijkbare experimenten met gedeelde infrastructuur lopen ook elders, zoals bij het eerdere Swift-testtraject met tokenized deposito’s. De banken hebben geen tijdschema bekendgemaakt voor verdere tests, commerciële uitrol of toegang voor externe partijen.
Gevolgen voor betalingen en bankinfrastructuur
Een werkend systeem zou bepaalde interbancaire betalingen kunnen verwerken buiten de openingstijden die traditionele betaalsystemen nu hanteren. Programmeerbare instructies kunnen geld vrijgeven zodra vooraf afgesproken voorwaarden zijn vervuld, onder voorbehoud van de compliance- en risicocontroles van elke bank afzonderlijk.
Een langetermijndoel is koppeling met andere digitale-assetprogramma’s, vergelijkbaar met bredere pogingen om centraal-bankgeld en tokenized activa te verbinden zoals beschreven in eerdere berichtgeving over Pontes. Er is echter geen concrete koppeling of netwerkkeuze aangekondigd; dat blijft vooralsnog een toekomstscenario.
Regels en verschil met stablecoins
Het Office of the Superintendent of Financial Institutions, de federale toezichthouder op Canadese banken, verduidelijkte eerder in september dat tokenized deposito’s niet juridisch verschillen van conventionele deposito’s alleen omdat een bank blockchain of een ander digitaal systeem gebruikt om ze weer te geven. Banken moeten daardoor gewoon voldoen aan bestaande wettelijke, operationele, cybersecurity- en third-party-riskvereisten, en worden geacht hun toezichthouder te contacteren voordat ze nieuwe financiële producten introduceren.
Dat maakt het project fundamenteel anders dan een stablecoin. Een tokenized deposit blijft een vordering op de uitgevende bank, terwijl een stablecoin doorgaans een apart token is dat gedekt wordt door cash, staatsobligaties of andere reserveactiva, zoals ook te zien is bij de integratie van stablecoins in bankinfrastructuur elders. Canada werkt overigens aan een apart regelgevend kader voor fiat-gedekte stablecoins: de federale begroting van 2025 trok daarvoor C$10 miljoen uit over twee jaar, vanaf 2026, deels beheerd door de Bank of Canada.
Project Samara en wat nu te volgen
Het nieuwe initiatief volgt op Project Samara, dat in maart werd afgerond. De Bank of Canada, Export Development Canada, RBC Capital Markets, RBC Investor Services en TD Bank testten daarbij de uitgifte, handel en afwikkeling van een tokenized obligatie van C$100 miljoen, met wholesale central-bank deposits voor de betalingen en Hyperledger Fabric als onderliggend platform. De Bank of Canada rapporteerde verbeteringen in operationele efficiëntie, dataintegriteit en transactieworkflows, maar signaleerde ook liquiditeitskosten, governance-eisen en integratieproblemen.
Voor het nieuwe deposito-project geldt vooralsnog hetzelfde voorbehoud: er is geen tijdschema voor testen of commerciële implementatie. Te volgen valt of andere banken toetreden, welke overdrachtprocessen concreet worden getest, en of er een koppeling komt met andere bankgeleide digitale-assetnetwerken, zoals het vergelijkbare Amerikaanse initiatief van JPMorgan, Bank of America, Citigroup en Wells Fargo. Elke verdere stap blijft in ieder geval afhankelijk van de bestaande juridische, operationele, cybersecurity- en derde-partijrisicocontroles die voor gewone bankdeposito’s al gelden.